In mijn tienerjaren zat ik op jazzballet. Dat was toen heel ‘hip’. Ik vond het leuk, jazzballet. Elke woensdagavond van zes tot zeven was ik met leeftijdsgenoten oefeningen aan het doen en dansen aan het instuderen. Ik was wel een buitenbeentje. Sowieso omdat ik op het atheneum zat en de meeste andere meisjes op de mavo. En met reuma kun je soms niet meedoen en dat was ook zo tijdens die jazzballetlessen. Ik kon niet snel op de grond gaan zitten, laat staan weer soepel opstaan. De juf had daar oog voor. Maar ook de medeleerlingen deden er niet moeilijk over. Ik kreeg soms een iets andere oefenopdracht. Enkele keren per jaar hadden we een optreden, tijdens een evenement in het buurthuis en zelfs een keer in de Tilburgse schouwburg. Voor die gelegenheid in een glinsterende halflange rok die ik nog jaren heb gekoesterd. Ik deed op mijn manier mee, de juf verzon eventueel voor mij een andere pose die paste bij de rest.
Feest
Ik vond dansen fijn. Ik vind nog steeds dansen fijn. Destijds hoorde een cursus stijldansen op een dansschool bij het volwassen worden. Dat zat tegen de grens aan van wat mijn knieën aankonden. Er waren studentenfeestjes, waar vrije dansen bij hoorden, daar kon ik mijn grenzen goed bij bewaken want zelf mijn bewegingen kiezen. En er was carnaval. Dat laatste vond ik gevaarlijk. De kans dat er iemand tegen je aanbotst is groot en dat kan ik niet hebben. Dat geeft kans op vallen of bij aanraking op een al pijnlijke plek mogelijk langdurige pijn. Dus carnavalsfeesten streepte ik door. Verjaardagen op volwassen leeftijd waren nog zelden met dans, dat was meer bij iemand thuis, met zitten en praten. De laatste jaren ben ik weer op wat grotere feesten en wordt er weer gedanst. Er zijn jubilea, tweede huwelijken en mijlpalen qua leeftijd. Toen mijn man en ik beiden zestig werden zorgden we voor een bandje én een danszaaltje. Daar heb ik met mijn man nog even wat pasjes van het stijldansen teruggehaald. Even, want mijn reumaknieën protesteren al snel. Hij hield me heel voorzichtig vast. Ik kon weer even dansen.
Dansen
Ik heb tai chi geprobeerd. Eigenlijk ook een soort dansen, maar dan heel langzaam en beheerst. Met van die mooie vloeiende bewegingen. De cursus werd gegeven in een zaal met allemaal spiegels. Zodat ik kon zien dat die vloeiend bedoelde beweging bij mij er erg gemankeerd uitzag. Ik kan mijn ellebogen niet meer recht krijgen, de beweging die mijn polsen kunnen maken is minimaal. Wat ik deed was heel anders dan hoe het er zou moeten uitzien. Die spiegels waren nogal confronterend. De pandemie maakte een einde aan de tai chi cursus.
Daarna zag ik biodanza op internet voorbij komen. Dat klonk veelbelovend. Je doet je eigen dans, het gaat over plezier, emoties en vrij bewegen. Het was leuk. Maar ook daar loerde weer gevaar. Af en toe moet je samen dansen, elkaar aanraken, handen vasthouden. Au. Ik danste op mijn manier maar enkele medeleerlingen letten niet zo op waar de ander in de zaal stond en botsingen lagen op de loer. Ook deze juf had er oog voor, ik had haar vooraf verteld waar mijn beperkingen lagen. Ze deed af en toe mee en dirigeerde zo sommige mensen onopvallend bij me weg. Maar ik kon me niet vol overgeven aan het dansen.
Beweging
Ik verzwikte mijn voet, herstel duurde zowat een jaar en nog steeds heb ik last van die voet. Reuma speelde weer mee. Dat was voor mij het eind van de biodanza. Toch blijf ik dansen leuk vinden. Nee, ik ga niet naar balletvoorstellingen, daar ligt niet mijn interesse. Ik wil het zélf doen, zelf ervaren. Niet toekijken, dat moet ik met mijn reuma al vaak genoeg. Het klinkt misschien een beetje raar maar ik kan dansen met mijn tekeningen. Krullende lijnen, wapperende losse linten, in elkaar vloeiende kleuren. Tekenen van beweging, vloeiend, stromend, ik kan ervan genieten. Dan ga ik op mijn kamertje aan de slag met kleur, kwasten en lijnen. Dan teken ik een libelle met een kleurige dansstaart, poten omhoog in een sierlijke pose. Dan dans ik mee.
november 2025



